Partnerschap Artikel

Een theology voor Partnerschap gebasseerd op 3 Johannes 5-8

Introductie

Als het over zendingswerk of bedieningen gaat, heb je ongetwijfeld wel eens van vrienden, sponsors of donateurs gehoord. Diverse benamingen voor eenzelfde functie, een functie die we zouden kunnen definiëren als: “Hij of zij die financieel bijdraagt aan het werk van een bediening of zendeling.” In dit artikel willen we, zoals de titel zegt, een theologie van partnerschap uiteenzetten. Een bijbels gegrond, rationeel kader voor partnerschap. Je weet wel, nog zo’n woord dat ogenschijnlijk hetzelfde betekent. Maar zoals je zult gaan zien, wel degelijk een andere inhoud met zich meedraagt. Aan de hand van Johannes’ derde brief kijken we naar de betekenis van partnerschap en of dit überhaupt relevant is voor ons en hoe we dit dan zouden moeten toevoegen aan onze huidige missiologie.[1] De brief 3 Johannes is “de kleinste in het Nieuwe Testament”.[2] Met 26 woorden minder dan 2 Johannes en 136 woorden minder dan Filemon. Maar zoals we zullen zien, staat het formaat van de brief in schril contrast met het belang van de brief als het gaat om de steun aan en de samenwerking met zendelingen.

Voordat we de tekst gaan lezen, eerst kort even wat over de brief zelf. De brief is namelijk geschreven door degene die zichzelf ‘de oudste’ noemt (3 Johannes 1), voor ons ook wel bekend als de apostel Johannes. In deze persoonlijke brief aan Gaius worden naast hem nog twee personen aangesproken. Allereerst dus Gaius, degene aan wie de brief is gericht en die Johannes bemoedigt. De tweede persoon die hij aanspreekt is Diotrefes, degene die berispt wordt door Johannes. Ten slotte wordt Demetrius genoemd, degene waar iedereen vol lof over is vanwege zijn goede getuigenis (3 Johannes 12). Het is Demetrius die ‘mogelijk de drager van de brief’ is.[3]

Ondanks dat het verleidelijk is om te focussen op de problemen die Diotrefes veroorzaakt, zullen we met namen kijken naar de versen vijf tot en met acht (3 Johannes 5-8). Het is namelijk dit stuk dat, na de opening, door Johannes zelf als eerste belicht wordt. Hij geeft daarmee klaarblijkelijk meer prioriteit aan wat Gaius doet dan aan de problemen die Diotrefes veroorzaakt. Zoals we later zullen zien, is wat Diotrefes gedaan heeft exact het tegenovergestelde van waar Gaius voor geëerd wordt.

Een eerste Blik

We focussen ons dus op 3 Johannes 5-8. Vier verzen die licht schijnen op gastvrijheid en dienstbaarheid naar diegenen die uit zijn gegaan voor zijn Naam (3 Johannes 7). We hebben ervoor gekozen de tekst te gebruiken uit de Evangelische Bijbelvertaling.[4] Zij vertalen de tekst als volgens:

“ 5 Onze geliefde, je handelt in geloof bij alles wat je doet voor de broeders, in het bijzonder voor de vreemdelingen, 6 die getuigd hebben van je liefde in tegenwoordigheid van de gemeente. Je hebt er goed aan gedaan hen van het nodige te voorzien, zoals het GOD behaagt, 7 want zij zijn uitgegaan voor zijn Naam en hebben niets van de volken aangenomen. 8 Wij behoren daarom zulke mensen te ontvangen, opdat wij medewerkers mogen zijn voor de waarheid.”

Johannes complimenteert Gaius[5] voor zijn gastvrijheid en dienstbaarheid aan de broeders, de vreemdelingen (vers 5). Wie deze broeders exact zijn, blijft helaas een raadsel, maar wel kunnen we uit de volgende versen opmaken dat ze zijn uitgegaan ter wille van de Naam (vers 7), later meer hierover.  Gaius heeft zich kennelijk al eerder ingezet voor deze broeders en wordt gevraagd dit opnieuw te doen (vers 6). Hierna volgt een aanbeveling waarom dergelijke steun nodig is en door wie deze geregeld moet worden (vers 8). Als we zo door de tekst heen lezen, wordt er een ding duidelijk: Gaius doet geweldige dingen voor degenen die reizen omwille van de Naam. Deze reizigers accepteerden niets van de ongelovigen. Desondanks hadden ze alles wat ze nodig hadden om rond te reizen en te getuigen. Door Gaius zijn steun in gastvrijheid en dienstbaarheid wordt hij een medewerker voor de waarheid (vers 8). Deze term, medewerker, heeft soms een negatieve connotatie. Je zou kunnen denken dat het een denigrerende term is waarbij op iemand wordt neergekeken. Dat is in de brief van Johannes zeker niet het geval. Hij laat namelijk zien dat het voorbeeld van Gaius opgevolgd zou moeten worden door iedereen die een broeder of vreemdeling ontvangt. We zijn ten slotte niet allemaal ‘uitgegaan voor zijn Naam’. Een ieder heeft zijn of haar eigen taak. In dit geval, Gaius op de plek waar hij is gesteld en zij die uitgegaan zijn, daar waar zij als vreemdeling naartoe reizen. Ondanks dat werken ze allemaal aan hetzelfde doel: de waarheid bekendmaken.

een level dieper

Nu we de basis van de tekst tot ons genomen hebben, is het tijd om een level dieper te gaan. Om de tekst echt goed te begrijpen en een zo goed mogelijk antwoord te formuleren op de vraag of en hoe de tekst relevant is voor ons vandaag de dag, zullen we er vers voor vers doorheen gaan. We beginnen bij vers vijf;

“Onze geliefde, je handelt in geloof bij alles wat je doet voor de broeders, in het bijzonder voor de vreemdelingen”

Onze geliefde is een vertaling van het Griekse agapeto, dat ‘lieve vriend’ of ‘geliefde’ betekent. Een term die door Johannes negen keer gebruikt wordt, verdeeld over zijn drie brieven. Het is een term van genegenheid voor de persoon aan wie hij schrijft, in dit geval Gaius. Deze term wordt gevolgd door ‘je handelt in geloof’, wat volgens BDAG[6] in deze context ook vertaald kan worden als ‘loyaal handelen’. De NET-vertaalnotities schrijven hierbij, vrij vertaald, het volgende: “Omdat de auteur in het volgende vers Gaius om extra hulp voor deze zendelingen zal vragen, begint hij hier met Gaius te prijzen voor alles wat hij in dit verband al heeft gedaan.”[7] Het valt hierin op dat de NET-vertaalnotities de broeders of vreemdelingen als zendelingen wegschrijven. Gelet op de context waarin we ons bevinden, is dit geen gekke keuze, wat ons betreft zelfs een logische benaming voor rondreizende broeders die zijn uitgegaan voor zijn Naam. Andere commentators gebruiken termen zoals ‘rondreizende onderwijsbediening’[8] of ‘reizende predikers’[9]. Johannes gebruikt zelf de term ‘zij die zijn uitgegaan’ (vers 7). Dit maakt duidelijk dat zij, waar Giaus in geloof voor handelt, geen bekenden waren maar xenos, oftewel ‘vreemdelingen’.

Dit woord, xenos, zien we Jezus gebruiken in Matteüs 25:35, 38 en 43. Waarin hij het gedrag, of beter gezegd het gebrek daaraan, dat we over Diotrefes lezen, aanspreekt. Namelijk het niet verwelkomen van de xenos. Als we dit meenemen in onze overweging van het belang van wat Gaius doet, wordt duidelijk dat dit zeker geen dingetje is waar we lichtzinnig over zouden moeten denken. Juist het verwelkomen, dienen en tonen van liefde in geloof voor de ‘vreemdeling’ of ‘zendeling’ is wat Johannes hier eert in Gaius. Vers zes vervolgt met;

“die getuigd hebben van je liefde in tegenwoordigheid van de gemeente. Je hebt er goed aan gedaan hen van het nodige te voorzien, zoals het GOD behaagt”

De zendelingen hebben kennelijk over Gaius zijn moeite voor hen getuigd in de gemeente waar Johannes was. Het is nu Johannes die Gaius aanmoedigt om dit weer te doen als ze weer uitgaan. Om dit goed te kunnen zien, moeten we gebruikmaken van wat andere vertalingen. De HSV vertaald vers zes als volgens;

“die getuigd hebben van uw liefde, in aanwezigheid van de gemeente. U zult er goed aan doen wanneer u hen verder op weg helpt op een voor God waardige manier.”

De NBV21 vertaald vers zes als volgens;

“Ten overstaan van de gemeente hebben zij van uw liefde getuigd. Wees zo goed hen voor de verdere reis toe te rusten op een wijze die God waardig is.”

Zowel de HSV als de NBV21 laten goed zien dat Johannes het ‘verder op weg’ helpen of de toerusting voor de ‘verdere reis’ aanmoedigt. Hij bemoedigt Gaius om door te zetten wat hij eerder al gedaan had. “Hen op hun reis sturen omvat zowel fysieke als financiële ondersteuning, niet alleen verbaal goede wensen. Deze arbeiders voor de Heer verdienden het om op een manier ondersteund te worden die God waardig was, omdat ze Gods werk deden (Matteüs 10:10).[10] Douglas Mangum schrijft, vrij vertaald, in de LCC NT: “De broeders hebben aan de kerk van Johannes bevestigd dat Gaius hen goed heeft behandeld. Johannes stelt voor dat Gaius hen op een manier die ‘Godwaardig’ is naar hun volgende bestemming stuurt. (waarschijnlijk met gebed en goede voorzieningen)”.[11] Dit laat zien dat hen verder op weg helpen niet alleen praktisch meewerken betekent, maar ook geestelijk meewerken. Of het nu financieel, praktisch of geestelijk meewerken is, het zou allemaal moeten gebeuren op een manier waardig voor God. Dat brengt ons halverwege de tekst. Houd vol, nog twee versen te gaan. Vers zeven zegt dan:    

“want zij zijn uitgegaan voor zijn Naam en hebben niets van de volken aangenomen.”

In vers 6 schreef Johannes dat ze ‘propempo’ (verder op weg) geholpen zijn. Nu lezen we dat ze ‘exerchomai’ (uitgegaan) zijn. Beide termen hebben te maken met het helpen van iemand om zijn of haar reis voort te zetten. We zouden ons dan kunnen afvragen wat voor soort reis dit is. Het antwoord hierop vinden we, wederom, in de Griekse taal die gebruikt wordt. “Het werkwoord ‘uitgegaan’ (ἐξέρχομαι, exerchomai) verwijst vrijwel zeker naar een vorm van zendingswerk. Dit werkwoord wordt gebruikt voor Paulus’ reizen in Handelingen 14:20 en voor zijn vertrek op zijn tweede zendingsreis in Handelingen 15:20.”[12] Het mag duidelijk zijn, Johannes spreekt over diegenen die uitgezonden zijn om zendingswerk te doen.

Dit wordt bevestigd door wat volgt: “omwille van de Naam”. We haalden het in het begin van het artikel al even aan, de Naam. Voor velen zal het duidelijk zijn dat het hier over de Heer gaat. De New Living Translation vertaalt dit vers als volgt: “Want zij reizen voor de Heer, en zij nemen niets aan van mensen die niet geloven.”[13] Filippenzen 2:9 laat ons zien dat Jezus de naam is boven alle namen, er is niemand boven Hem. Zij die uitgezonden zijn, werken daarmee voor Hem en zijn van Hem afhankelijk. Ze aanvaarden niets van ongelovigen, behalve hun volledige overgave aan de Naam zelf, Jezus Christus. Dit brengt ons bij het laatste vers, vers acht.

“Wij behoren daarom zulke mensen te ontvangen, opdat wij medewerkers mogen zijn voor de waarheid.”

Het begin van vers 8 geeft ons een voorwaarde voor de toepassing, namelijk ‘daarom’. Dit betekent dat we de voorgaande verzen in ogenschouw moeten nemen. Johannes bouwt namelijk voort op het "uitgaan van" de zendelingen. We zouden kunnen zeggen: "Aangezien zij zijn uitgegaan, moeten wij zulke mensen ondersteunen." Hiermee wordt geen enkele ruimte gelaten voor enige vorm van uitsluiting, zoals "alleen ik" of "een aantal van ons" moet hen ontvangen.

Sterker nog, Johannes benadrukt juist de inclusie van iedereen die Jezus volgt. We worden allemaal gevraagd zulke mensen, zendelingen, te ontvangen. Het gevolg van de gehoorzaamheid aan deze opdracht is dat wij, zij die daar gevolg aan geven, medewerkers mogen zijn voor de waarheid. Het is het Griekse woord synergos, ofwel ‘medewerkers’, dat verschillend vertaald wordt.  Een kort overzicht van diverse vertalingen vind je in de tabel hieronder;

HSV

“Wij moeten dan zulke mensen ontvangen, opdat wij medearbeiders van de waarheid mogen worden.”

EBV24

“Wij behoren daarom zulke mensen te ontvangen, opdat wij medewerkers mogen zijn voor de waarheid.”

NBV21

“Daarom horen wij zulke mensen gastvrij te ontvangen en zo mee te werken aan de verkondiging van de waarheid.”

NLT

“Daarom moeten wij hen zelf steunen, zodat we hun partners kunnen zijn wanneer zij de waarheid verkondigen.” [14]

Zoals we kunnen zien, wordt synergos vertaald op diverse manieren. Hoe meer vertalingen we zouden tonen, hoe meer verschillen zichtbaar worden. In engelstalige vertalingen vinden we termen zoals: helpers (NIV), coworkers (NET) en fellow workers (ESV, NASB). BDAG vertaald het woord als “helpers of the truth”[15], oftewel ‘helpers van de waarheid’. Wat alle vertalingen gemeen hebben, is een verwijzing naar degene die bijgestaan wordt, in dit geval de zendeling. In het geval van 1 Korintiërs 3:9, God zelf, kijk maar: “Want wij zijn medearbeiders van GOD en jullie zijn het gewas en het gebouw van GOD.” We vinden het woord synergos op vele andere plekken in de Bijbel. In alle gevallen spreekt het over het bijdragen aan het werk dat is gedaan, wordt gedaan of zal worden gedaan. [16]

Het ondersteunen van degenen die uitgezonden zijn, wordt dan samenwerken voor en in de naam van Jezus. "Hen op deze manier helpen betekende deelnemen aan hun missie."[17] Ook al bevinden zij die ondersteuning bieden zich misschien niet fysiek op dezelfde plek als zij die zijn uitgezonden, wel delen zij allemaal in dezelfde beloning: ze zijn immers medewerkers van de Waarheid.

Partnerschap

Misschien heb je wel eens gehoord van de uitspraak “Een theologie kun je niet op een tekst bouwen.” Dit wordt ook wel ‘proof-texting’ genoemd. Hierbij gebruik je een enkele tekst om je punt te onderbouwen. Zodoende zou alleen 3 Johannes 5-8 niet genoeg zijn voor een theologie van partnerschap. Daar zijn we het volledig mee eens en dus zijn er meerdere verwijzingen nodig. Voor de term 'medewerkers' of 'partners' verwijzen we je graag naar Romeinen 16:3, 9, 21, 1 Korintiërs 3:9, 2 Korinthiërs 1:24, 8:23, Filippenzen 2:25, 4:3, Kolossenzen 4:11, 1 Tessalonicenzen 3:2 en Filemon 1, 24. Daarnaast belichten we kort een andere tekst die we vinden in Filippenzen 1:5. We zien hier namelijk Paulus hetzelfde doen als Johannes in zijn derde brief. Hoewel Paulus andere woorden gebruikt, is het een vergelijkbare lofbetuiging waarin hij zijn dankbaarheid uitspreekt voor het partnerschap van de gemeente, dat Paulus ‘deelhebben’ noemt. Hij eert de gemeente voor haar steun vanaf de eerste dag. Het is het principe van partnerschap dat we dus op meerdere plekken duidelijk naar voren zien komen.

Tot slot schijnen we graag nog wat licht op de cultuur waarin zowel Johannes als Paulus hun brieven geschreven hebben. Dit gebeurde namelijk in een eerschamtecultuur. Een cultuur waarin het niet zozeer gaat over schuld tegenover onschuld maar over eer en schaamte. Gajus wordt hier, zoals al eerder gezegd, geëerd door Johannes voor zijn medewerking. Dit heeft niet alleen effect op Gajus, maar ook op de hele gemeenschap waarin hij zich bevindt. Diotrefes doet hierin het tegenovergestelde en brengt met zijn gedrag schaamte op de hele gemeenschap. Iets dat net zo zwaar aangetild wordt als de eer die Johannes geeft. Het gewicht van deze eerschaamtecultuur is een extra bemoediging om een partner of medewerker te zijn, zoals hopelijk al in de tekst naar voren is gekomen.

We begonnen dit artikel met een definitie voor termen zoals vriend, sponsor of donateur: “Hij of zij die financieel bijdraagt aan het werk van een bediening of zendeling.” Kijken naar alles wat we inmiddels weten over 3 Johannes 5-8 in combinatie met alle verwijzingen en overeenkomsten zoals in Filipense 1:5, maken we op dat een theologie van partnerschap gedefinieerd kan worden als: “Hij of zij die praktisch, geestelijk en/of financieel meewerkt in het uitgaan van een ander ten behoeve van Jezus Christus.” De relevantie van partnerschap is hierin nog altijd gelijk aan die in de tijd waarin Johannes de brief schreef. Er zijn ten slotte nog altijd mensen die uitgaan voor zijn Naam, Jezus Christus. Partnerschap vormt daarin een onlosmakelijk onderdeel van onze huidige missiologie.

Ook voor ons geldt dat er geen grotere eer is dan een partner te zijn in zendingswerk voor Jezus Christus! Het was tenslotte Jezus die als eerste uitging en ons nu, in de kracht van de Geest, heeft uitgezonden om discipelen te maken (Matteüs 28:19). Hierin hebben we allemaal een rol te vervullen. Sommigen worden geroepen om naar familie, vrienden of collega's te gaan, terwijl anderen geroepen worden en uitgaan naar landen waar (zeer) weinig gelovigen zijn. Openbaringen 7:9a zegt: “Hierna zag ik een grote menigte, die niemand tellen kon, uit elk volk en uit elke stam en uit alle natiën en talen, staan voor de troon en voor het Lam,” Het is met dit doel voor ogen dat Frank macchia schrijft "De wereld waarvan de profeten droomden was een wereld die veranderd is in een tempel van Gods aanwezigheid, een nieuwe mensheid veranderd in het glorieuze beeld van Christus."[18] Dit is alleen mogelijk vanuit een partnerschap met Christus en een partnerschap met hen die uitgegaan zijn, opdat we allen medewerkers mogen zijn voor de waarheid.

Partner worden

Bronnen

[1] J.A. Kirk schrijft, vrij vertaald, in de New Dictionary of Theology: "Missiologie is een discipline binnen de theologie die het christelijk geloof en de christelijke gemeenschap bestudeert wanneer zij grenzen overschrijden in de zending. De bijzondere interesse gaat uit naar de aard van hun ontmoeting met de niet-christelijke wereld. De grens kan geografisch of cultureel zijn en omvat andere wereldbeelden, ideologieën, religieuze overtuigingen en gebruiken. Voorbeelden van deze grenzen in het Nieuwe Testament zijn heidense rituelen zoals het offeren van voedsel aan afgoden (1 Korintiërs 8), syncretistische overtuigingen in Kolosse of het politieke gezag van het Romeinse Rijk (Romeinen 13:1-7; 1 Petrus 2:13-17)." Hij vervolgt: "Missiologie richt zich op wat er gebeurt aan de grens, waar christenen in contact komen met niet-christelijke overtuigingen en gebruiken. Het onderzoekt de activiteiten van de kerk in bredere zin. Missiologie bestudeert dus de uitbreiding (of inkrimping) van het christelijk geloof zoals dat over de hele wereld wordt verspreid door een bewust onderscheidende gemeenschap, beginnend in Jeruzalem rond 30 na Christus en zich verspreidend over de hele bewoonde wereld."

Kirk, J. A. “Missiology.” Redactie door Martin Davie, Tim Grass, Stephen R. Holmes, John McDowell, en T. A. Noble. New Dictionary of Theology: Historical and Systematic. Londen; Downers Grove, IL: Inter-Varsity Press; InterVarsity Press, 2016.

[2] Burge, Gary, M. The Letters of John. The NIV Application Commentary. Grand Rapids, MI: Zondervan Publishing House, 1996. Pagina 244.

[3] Robert W. Yarbrough, “3 John,” in CSB Study Bible: Notes (ed. Edwin A. Blum and Trevin Wax; Nashville, TN: Holman Bible Publishers, 2017), 2007. Pagina 489.

[4] Alle bijbelcitaten zijn afkomstig uit de EBV24, tenzij anders vermeld. We hebben voor de EBV24 gekozen vanwege zijn moderne, formele vertaling en goede leesbaarheid.

[5] Wat betreft de vraag wie Gaius is, bieden de studienotities van NET ons waardevolle inzichten. Vrij vertaald staat er geschreven: "Er is weinig betrouwbare informatie beschikbaar over de identiteit van de persoon tot wie 3 Johannes is gericht. Omdat de naam Gaius zeer gebruikelijk was in het Romeinse Rijk, is het zeer onwaarschijnlijk dat de hier genoemde persoon gelijkgesteld moet worden aan een van de anderen met dezelfde naam die met Paulus in verband worden gebracht (1 Korintiërs 1:14; Romeinen 16:23 [deze twee verwijzingen hebben waarschijnlijk betrekking op dezelfde persoon]; Handelingen 19:29; Handelingen 20:4)." Zie voor meer informatie over dit onderwerp: Biblical Studies Press. The NET Bible. Second Edition. Denmark: Thomas Nelson, 2019.

[6] “πιστὸν ποιεῖν τι act loyally 3J 5.” Arndt, William, Frederick W. Danker, Walter Bauer en F. Wilbur Gingrich. A Greek-English Lexicon of the New Testament and Other Early Christian Literature. Chicago: University of Chicago Press, 2000.

[7] Translator’s note 3 John 5. “Faithfulness”. Biblical Studies Press. The NET Bible. Second Edition. Denmark: Thomas Nelson, 2019. The NET Bible.

[8] “Deze brief is gericht aan Gaius, die door ‘de ouderling’ wordt geprezen voor het verwelkomen van medechristenen die hij heeft uitgezonden, kennelijk om een rondreizende onderwijsbediening te verrichten. Daarentegen bekritiseert de auteur Diotrephes omdat hij het apostolisch gezag verwerpt, de missionarissen niet ontvangt en zich verzet tegen kerkleden die hen gastvrijheid bieden.” (Accent toegevoegd.) Vrij vertaald vanuit Fee, Gordon D., and Robert L. Hubbard Jr., eds. The Eerdmans Companion to the Bible. Grand Rapids, MI; Cambridge, U.K.: William B. Eerdmans Publishing Company, 2011.

[9] Voor meer over deze term, zie The Branch Exposition of the Bible: A Preacher’s Commentary of the New Testament.

[10] Vrij vertaald vanuit; Robert W. Yarbrough, “3 John,” in CSB Study Bible: Notes (ed. Edwin A. Blum and Trevin Wax; Nashville, TN: Holman Bible Publishers, 2017), 2007.

[11] 3 Jn 5–8. Mangum, Douglas, ed. Lexham Context Commentary: New Testament. Lexham Context Commentary. Bellingham, WA: Lexham Press, 2020.

[12] Study note 3 John 7.  “Gone forth”. Biblical Studies Press. The NET Bible. Second Edition. Denmark: Thomas Nelson, 2019.

[13] Italics toegevoegd ter attentie. De Nederlandse tekst is een vrije vertaling van de in origine Engelse talige NLT die vers 7 als volgt weergeeft; “For they are traveling for the Lord, and they accept nothing from people who are not believers.” Tyndale House Publishers, Holy Bible: New Living Translation (Carol Stream, IL: Tyndale House Publishers, 2015), 3 Jn 7.

[14] De Nederlandse tekst is een vrije vertaling van de in origine Engelse talige NLT die vers 8 als volgt weergeeft: “So we ourselves should support them so that we can be their partners as they teach the truth.” Tyndale House Publishers, Holy Bible: New Living Translation (Carol Stream, IL: Tyndale House Publishers, 2015), 3 Jn 8.

[15] W. the dat. of that which is assisted (Eur., Thu. et al.) ἵνα συνεργοὶ γινώμεθα τῇ ἀληθείᾳ that we may prove to be helpers of the truth 3J 8 (σ‌. γίνεσθαί τινι as UPZ 146, 3 [II B.C.]). In θεοῦ ἐσμεν συνεργοί 1 Cor 3:9. Arndt, William, Frederick W. Danker, Walter Bauer, and F. Wilbur Gingrich. A Greek-English Lexicon of the New Testament and Other Early Christian Literature. Chicago: University of Chicago Press, 2000.

[16] Zie:  Rom 16:3, 9, 21, 1 Kor 3:9, 2 Kor 1:24, 8:23, Filippenzen 2:25, 4:3, Kol 4:11, 1 Thes 3:2 en Filemon 1, 24.

[17] Roosimaa, Peeter. “3 John.” Pagina’s 1622–23 in Central and Eastern European Bible Commentary. Redactie door Corneliu Constantineanu en Peter Penner. Carlisle, Cumbria, UK: Langham Global Library, 2022.

[18] Macchia. Frank D. Tongues of Fire. A Systematic Theology of the Christian Faith. Eugene, OR: Cascade Books, 2023. Pagina 371